Voorbeeld bestek vliesgevel incl ramen en deuren


30 KOZIJNEN, RAMEN EN DEUREN




30.32 KOZIJNEN
30.32.12-a METALEN PUI/KOZIJN

0. ALUMINIUM KOZIJN (BRL 2701-03)
Fabrikant: Reynaers Aluminium Systemen.
Type: Concept System CS 68.

Draagstructuur, algemene woningbouwsystemen






Noem minimaal 2 uitvoeringswijzen in gietbouw:
Wand- en tafelbekisting, met afzonderlijke bekistingen voor wand en vloer.
Wandbekistingen met breedplaatvloeren, waarbij gestorte betonwanden worden gecombineerd met prefab-breedplaatvloeren.
Tunnelbekisting, waarbij zowel wanden als vloeren in een arbeidsgang volledig ter plaatse worden gestort.

Warmtepomp

Toelichting keuze verwarmingsinstallatie

In verband met de hoge eisen die aan de EPC gesteld worden, kan met een warmtepompsysteem veel bespaard worden. De hogere investeringskosten zullen op den duur door het lagere energieverbruik betaald worden. Om de hoge investeringskosten te drukken moet aangedrongen worden op een collectief systeem voor de WKO-opslag. In het kader de behaaglijkheid gaat de voorkeur uit naar een systeem met vloer- en/of wandverwarming. Dit afgiftesysteem is uitstekend te combineren met een warmtepomp voor de opwekking van de warmte omdat de warmtepomp beter presteert bij een laagtemperatuur verwarming en zodoende een groot afgifte-oppervlak nodig heeft om een behaaglijke binnenruimtetemperatuur te bereiken. Bovendien heeft een laagtemperatuursysteem ook een gunstige invloed op de EPC. Voor de warmtepomp kan gekozen worden voor de Thermia Comfort (zie bijlage). Dit is een een elektrische (compressie-) warmtepomp met een geintergreerde voorziening voor warm tapwater. Deze warmtepomp kan in de zomer gebruikt worden voor koeling en zodoende bijdraagt aan het zomercomfort.

Keuze warmwatertoestel

Bij de keuze van het warmwatertoestel spelen diverse factoren een rol, zoals de benodigde investering, de installatiemogelijkheden, de beschikbare energiebron, het energieverbruik en het gewenste comfort. In de EPN worden verschillende waarderingen toegekend aan de diverse toestellen, wat betreft rendement en energieverbruik. Soms is het nodig een toestel te kiezen met een hoger rendement om de EPC-eis te halen. Soms kan hierbij de keuze voor een zuinige installatie aantrekkelijker zijn qua investering dan betere bouwkundige voorzieningen, zoals een hogere Rc-waarde van de isolatie. Qua comfort is niet elk toestel voor elke situatie geschikt. Daarnaast kunnen de wensen van de gebruiker uitlopend zijn. Op basis van een Conform Warmwaterklasse wordt bepaald welk toestel voldoet. Hoe meer tappunten men gelijktijdig wil gebruiken, des te groter moet de capaciteit van het toestel zijn. Indien er eisen gesteld worden aan leiding- en toestelwachttijd, kan dit gevolgen hebben voor de keuze van het toestel. Ook moet het warmtapwatertoestel geschikt zijn om de verlangde volumestroom te kunnen leveren.

Vraaggestuurde roosters

Vraaggestuurde roosters
Bij de meeste vraaggestuurde ventilatiesystemen wordt de toevoerlucht via elektronisch geregelde ventilatieroosters per vertrek toegevoerd en centraal afgezogen. Daardoor is een gebalanceerd systeem overbodig, wat het aantal kanalen betreft.
Kenmerk van een vraaggestuurde ventilatiesysteem is dat de ventilatie afhankelijk kan worden gemaakt van de aanwezigheid van personen. De hoeveelheid ventilatielucht wordt geregeld door een klok op basis van de luchtvochtigheid en het CO2 gehalte van de binnenlucht. Daardoor worden alleen vertrekken geventileerd waar mensen aanwezig zijn. Ten opzichte van een natuurlijk ventilatiesysteem en afhankelijk van het product kunnen aanzienlijke verbeteringen worden bereikt in de EPC van 0.15 tot 0.25.

Ventilatieplan WTW unit

Toelichting ventilatieplan
Beganegrond:
Vereiste afzuigcapaciteit:
Woonkamer: 31m2 x 0.9 = 27,90 dm3/s
Keuken: 21 dm3/s
Toilet: 7 dm3/s
Totaal: 56 dm3/s
Toevoer staat gelijk aan afvoer waardoor de vereiste toevoercapaciteit ook 56 dm3/s bedraagt.
Eerste verdieping:
Afvoer badkamer en wc hebben een gezamenlijk afvoercapaciteit van 21dm3/s. Hierop is de toevoercapaciteit op afgestemd en de toevoer punten bevinden zich in de slaapkamers die gezamenlijk ook een toevoercapaciteit van 21 dm3/s hebben.
Tweede verdieping:
Slaapkamer 1: 8,6m2 x 0.7= 6 dm3/s
Slaapkamer 2: 11,5m2 x 0.7= 8 dm3/s
Totaal: 14 dm3/s
Om de toevoer te compenseren met 14 dm3/s is in de hal tussen de slaapkamers een afvoerpunt geplaatst met een afvoercapaciteit van 14 dm3/s.